De Utrechtse wijken: Oost
Aan de oostkant van Utrecht stroomt de Kromme Rijn de stad binnen, maar vlak voor de stadsmuur splitste zich de Vecht af: die stroomde in een grote bocht oostelijk en noordelijk om Utrecht heen. Daar is tegenwoordig nog de Minstroom een overblijfsel van. Utrecht Oost was een gebied van heren en knechten. Heren bouwden aan deze kant van de stad grote buitenplaatsen met prachtige parken, of nuttigden met hun dames een kopje thee in hun prieel langs de Maliebaan, waar andere heren, de studenten, zich vermaakten met hun favoriete sport. De ‘knechten’ waren de vele hoveniers en tuinders, die langs de Abstederdijk groenten en fruit verbouwden voor de Utrechtse stadsbevolking. In de negentiende eeuw werden de eerste woonwijken gebouwd. Soms betrof het arbeiderswoninkjes gebouwd door speculanten, maar ook verrezen de grote herenhuizen langs het nieuwe Wilhelminapark en de straten er om heen. In de loop van de twintigste eeuw bouwden de woningbouwverenigingen huizen voor de middenstand. Aan de oostkant werden twee grote ziekenhuizen gebouwd, grote sportcomplexen en het was daar dat het nieuwe universiteitscentrum De Uithof werd gepland, nu een staalkaart van moderne architectuur. Een zeer afwisselende wijk, waarin nog steeds de historische buurten herkenbaar zijn.






