Soestbergen
Het was een eeuwenoude gewoonte om de doden in en rond de kerken in de stad te begraven, voortgekomen uit de heiligenverering in de vroeg-christelijke tijd. De kerk en alles eromheen kreeg een functie als begraafplaats omdat de gelovigen het liefst in de buurt van de heilige begraven wilden worden.
In de loop van de 19e eeuw werd het begraven in en rond de kerk definitief verboden, eerst onder invloed van de Franse overheersing, vervolgens bij Koninklijk Besluit uitgevaardigd in 1827. Dit Besluit hield in dat met ingang van 1 januari 1829 alle steden en dorpen met meer dan 1000 inwoners buiten de bebouwde kom een begraafplaats voor de gehele bevolking moesten aanleggen. Het begraven werd nu een zorg voor de overheid en was niet langer meer de verantwoordelijkheid van de kerk.
Voor Utrecht leek het terrein buiten de Tolsteegpoort tussen de Houtense weg en de Vaartse Rijn de meest geschikte plek voor een dergelijke begraafplaats.






